Roofvogels van de Hoeksche Waard Andere roofvogels in Nederland Uilen van de Hoeksche Waard

Andere roofvogels in Nederland
(maar die u ook in de Hoeksche Waard tegen kunt komen)


Behalve de buizerd, bruine kiekendief, havik, sperwer, torenvalk, boomvalk en de slechtvalk die ook in de Hoeksche Waard broeden, zijn er ook nog enkele soorten die elders in Nederland broeden, maar niet hier bij ons: de blauwe kiekendief, de grauwe kiekendief en de wespendief.
Blauwe Kiekendief

Blauwe kiekendief (Circus cyaneus, Engels: Hen Harrier)
Lengte: 45-55cm
Spanwijdte: 97-118cm
Gewicht: 350-530g.

Kleiner dan bruine kiekendief. Het mannetje is lichtgrijs met witte buik en brede witte stuit en zwarte vleugelpunten. Vrouwtje is aan de bovenzijde bruin met witte stuit, aan de onderzijde licht met bruine streping.
Leeft in heidevelden, moerassen en duinlandschappen, in Nederland vnl. in de Flevopolder en op de Waddeneilanden. In het totaal met zo'n 10-20 broedparen, helaas afnemend. Eet kleine zoogdieren (ratten en muizen en jongen konijnen en hazen) en vogels. In de winter slapen ze op gezamelijke slaapplaatsen. Ze worden dan "min of meer regelmatig" gezien in het Oude Land van Strijen of bij de Korendijkse Slikken, dit zijn dan wintergasten uit het noorden. De Nederlandse vogels zijn standvogels of deeltrekker.

Foto's: "Bokje"(mannetje blauwe kiek), inzet:Arie Ouwerkerk (vrouwtje).


Grauwe Kiekendief Grauwe kiekendief (Circus pygargus, Engels: Montagu's Harrier)
Lengte: 39-50cm
Spanwijdte: 96-116cm
Gewicht: 227-445g.

De kleinste van onze kiekendieven. Slanker en met smallere vleugels dan de blauwe kiekendief. Lijkt sterk op de blauwe kiek maar het mannetje heeft donkere lengte strepen op de vleugels. Vrouwtje grauwe kiek is moeilijk van het vrouwtje blauwe kiek te onderscheiden. Broed in Groningen en in Zuidelijk Flevoland, 35 paar in het totaal. Eet zoogdieren, vogels en insecten. Europese grauwe kieken overwinteren in Afrika of India.

Foto: R.J.Schut (www.vogelennatuurfotopekela.nl), mannetje grauwe kiekendief.



Wespendief Wespendief (Pernis apivorus, Engels: Honey Buzzard)
Lengte: 52-59cm
Spanwijdte: 113-135cm
Gewicht: 730-790g.

Broedt in Nederland in gebieden met wat meer bossen, overwintert in Afrika. De wespendief eet, zoals de naam al doet vermoeden, vooral wespenlarven en wespennesten die uit de grond worden opgegraven. Is op afstand gemakkelijk te verwarren met buizerd. De wespendief heeft een langere "duifachtige" kop en de staart is anders gebandeerd: één brede eindband en twee banden bij de staartbasis. De buizerd daarentegen heeft 10-12 smalle banden en een bredere eindband (volwassen vogels).
Om het eenvoudig te maken zijn zowel buizerds als wespendieven er in verschillende kleurvormen, varierend van licht tot heel donker.

Foto: Lubomir Hlasek, links vrouwtje, rechts mannetje (grijzige kop).


Zeearend Zeearend (Haliaeetus albicilla, Engels: White-tailed Eagle)
Lengte: 76-92cm
Spanwijdte: 190-240cm
Gewicht: 3000-7500g.

Zeer grote, massief gebouwde arend met brede vleugels en korte, witte staart. Jonge vogels hebben de eerste jaren een donkere staart. De brede rechte vleugels hebben de zeearend de bijnaam "vliegende deur" of "vliegende plank" gegeven. Broedt voornamelijk in Schotland, Noorwegen en Noord Duitsland maar sinds 2006 broedt er één paar in Nederland in de Oostvaardersplassen in de Flevopolder. De zeearend is een schaarse wintergast. De laatste jaren overwinteren er ieder jaar wel één of soms zelfs twee langs de zuidzijde van de Hoeksche Waard (Korendijkse Slikken, Tiengemeten en de Ambachts-Heerlijkheid).Het voedsel is zeer veelzijdig: vissen (tot 8Kg !) en watervogels tot aan de grootte van ganzen.

Foto's: Hans Stel, volwassen zeearenden.






Dan zijn er ook nog enkele soorten die hier alleen in de winter verblijven; de zogenaamde Wintergasten. Zij zijn de kou in noordelijkere streken ontvlucht en brengen de winter dus bij ons door.


Smelleken Smelleken (Falco columbarius, Engels: Merlin)
Lengte: 26-33cm
Spanwijdte: 55-69cm
Gewicht: 160-220g.

Kleinste valk van Europa, mannetje is aan de bovenzijde leigrijs, onderzijde licht roestrood (niet op deze foto). Vrouwtje bovenzijde donkerbruin met een witachtige onderzijde met donkere lengte strepen. Komt voor in open, boomarme streken met struikgewas in bijvoorbeeld Noord-Amerika en de toendra's van Eurazie. Eet vogels tot de grote van lijsters. Wordt in de winter "regelmatig" gezien in bijvoorbeeld het Oude Land van Strijen. Jaagt veelal laag vliegend over akkers.

Foto's: Arie Ouwerkerk (vrouwtje, links), Fotograaf onbekend (mannetje, rechts)



Ruigpoot buizerd, links vrouwtje (donkere buik), rechts mannetje (2 smallere bandjes op de staart) Ruigpootbuizerd (Buteo lagopus, Engels: Rough-legged Buzzard)
Lengte: 49-59cm
Spanwijdte: 123-140cm
Gewicht: 850-1000g.

Broed in Scandinavië en Rusland op hooggelegen toendra's, in bergvalleien, soms in laaglandbossen. Nestelt op (rots)hellingen of in bomen. De ruigpootbuizerd is in sepember - april schaars in Nederland te bewonderen en is vooral te herkennen aan zijn witte staart met een brede eindband. De ruigpootbuizerd bidt tijdens het jagen, gewone buizerds doen dit zelden. Ze eten voornamelijk kleine zoogdieren.

Foto's: fotograaf onbekend, links vrouwtje, rechts mannetje





Weer andere soorten zijn doortrekkers of dwaalgasten. Doortrekkers (visarend, rode en zwarte wouw) trekken 's in het voor- en najaar over ons land naar hun uiteindelijke bestemming. Ze trekken dus alleen over, of verblijven slechts een korte periode in ons land. Overigens broeden rode wouwen en met name zwarte wouwen soms ook in Nederland.
Dwaalgasten zijn soorten die hier maar incidenteel worden gezien. Bijvoorbeeld de roodpootvalk wordt na een periode van aanhoudende oostenwind wel eens in Nederland gezien.


Visarend Visarend (Pandion haliaetus, Engels: Osprey)
Lengte: 52-60cm
Spanwijdte: 152-167cm
Gewicht: 1400-1600g.

De visarend doet zijn naam eer aan: hij eet vrijwel alleen vis en slechts sporadisch kikkers, vogels of kleine zoogdieren. In ons land tot nu toe vrijwel alleen als doortrekker in met name aug-okt. De visarend is dan "veelvuldig" te zien rond het Haringvliet nabij Tiengemeten aan de zuidzijde van de Hoeksche Waard.
De laatste paar jaar overzomeren er enkele in Nederland (bijvoorbeeld in de Oostvaardersplassen in de Flevopolder) en er wordt met spanning gewacht op de eerst geslaagde broedpoging.
Het is een onmiskenbare vogel met een spierwit onderlichaam en met hele lange slanke vleugels. De visarend bidt veel bij het jagen, waarna hij zich met vooruit gestoken klauwen op de vis stort.

Foto: Yves Baptiste, Visarend bij het Haringvliet



Rode wouw Rode Wouw (Milvus milvus, Engels: Red Kite)
Lengte: 61-72cm
Spanwijdte: 140-165cm
Gewicht: 900-1200g.

De rode wouw is in Nederland een doortrekker, voornamelijk in maart-mei in het oosten van het land. Tijdens de wintertellingen worden ze ook nog wel eens gezien in de Hoeksche Waard. Het is een middelgrote roofvogel die goed te herkennen is aan zijn karakteristieke lange, diep-gevorkte staart en de kenmerkende witte vlakken op de ondervleugels. Tijdens het vliegen wordt de staart dikwijls van links naar rechts gedraaid.
De meest nabije broedlokatie is Oost-Belgie, net boven Luxemburg. Ze eten kleine zoogdieren, vissen, vogels maar ook aas. Helaas worden ze in Nederland daardoor nog al eens slachtoffer van uitgelegd vergiftigd aas.

Foto's: Zdenek Tunka, Guy Edwards



Zwarte wouw Zwarte Wouw (Milvus migrans, Engels: Black Kite)
Lengte: 48-58cm
Spanwijdte: 130-155cm
Gewicht: 750-900g.

Doortrekker in Nederland in lagere aantallen dan de rode wouw. Overwintert in Afrika. Komt bijna over de gehele wereld verspreid voor, soms in grote groepen. In noord Australië wordt hij wel vergeleken met een meeuw omdat ze daar het vlees van de barbeque stelen.
Ongeveer zo groot als een buizerd met een licht gevorkte staart (veel minder dan bij de rode wouw, bij geheel gespreide staart is het nauwelijks zichtbaar). Over het geheel donkerbruin, met lichtere vlakken onder aan de vleugel maar die zijn veel minder opvallend dan bij de rode wouw. De zwarte wouw eet vis, kleine zoogdieren en afval (vaak op vuilstortplaatsen).

Foto's: fotograaf onbekend



Roodpootvalk Roodpootvalk (Falco vespertinus, Engels: Red-footed Falcon)
Lengte: 28-34cm
Spanwijdte: 65-76cm
Gewicht: 110-190g.

Leeft en broedt in zuid-oost Europa (en oostelijker) en overwintert in oost en zuid Afrika. Bij aanhoudende oostenwind verdwalen ze nogal eens tot in Nederland. In begin september 2003 verbleef er een jong exemplaar bij Goedereede (linker afbeelding hiernaast).
Dit prachtige valkje is ongeveer even groot als onze boomvalk en een jong boomvalkje wordt dan ook weleens foutief aangezien voor een jong roodpootvalkje.

Foto: Rob Olivier (jong, links) Hans Gebuis (mannetje, rechts / vrouwtje, onder)