Slechtvalk
[Slechtvalken Zuid-Holland]

Engelse naam:Peregrine (falcon)
Volwassen slechtvalk
Volwassen slechtvalk
17 nov 2006, Oudeland van Strijen

Jonge slechtvalk
Jonge slechtvalk (Meer bruinig dan grijs)
9 juli 2005, Oudeland van Strijen

Slechtvalkveren
Slechtvalkveren
Het rode balkje is 10 cm lang.

Vrouwtje slechtvalk
Vrouwtje slechtvalk
13 juni 2006, Maasvlakte

Mannetje slechtvalk
Mannetje slechtvalk
13 juni 2006, Maasvlakte

Volwassen slechtvalk
Volwassen slechtvalk
6 okt 2006, Oudeland van Strijen

Slechtvalk bij kraaienest
Slechtvalk bij kraaienest
Toeval, maar het ziet er wel leuk uit !
27 okt 2006, Polder Nieuw Bonaventura

Latijnse naam:Falco peregrinus
Lengte:33 - 51 cm, staart 10 - 13 cm
Spanwijdte:90 - 113 cm
Gewicht:mannetje: 610 gr (550 - 720)
vrouwtje: 940 gr (860 - 1100)
Max. Leeftijd:18 jaar in het wild
25 jaar in gevangenschap
Aantal paren:3-4 in de Hoeksche Waard
Ong. 150 in Nederland
Aantal eieren:3 - 5, meestal 3 of 4
Eileg:vanaf half maart
Leginterval:2 dagen
Broed vanaf:3e ei
Broedduur:32 dagen
Nestjongduur:42 dagen
Takkeling stadium: *4 weken
Geslachtsrijp na:2 of 3 jaar
* jongen zijn al uitgevlogen maar worden nog in de buurt van het nest gevoerd door de ouders.

Kenmerken
Grote valk met zwarte "kap" en brede baardstreep op de kop. Volwassen vogels hebben een blauwgrijze bovenzijde. De onderzijde is licht met donkere dwars strepen, naar de borst en keel toe worden het meer druppelvormige vlekken. In vlucht is de slechtvalk te herkennen aan lange, spitse vleugels en snelle, krachtige vleugelslag. Jonge vogels ogen over het geheel veel bruiner: ze hebben een bruine bovenzijde en een lichte onderkant met bruine lengte strepen.


Gelijkende soorten
Giervalk, Lannervalk en Sakervalk maar die zult u in Nederland niet vaak tegenkomen. Jonge slechtvalk zou kunnen worden verward met een jonge boomvalk maar de slechtvalk is aanzienlijk groter, de koptekening is anders en bij de boomvalk zijn de middelste 2 staartpennen niet gebandeerd.


Veren
De veren op de foto zijn van boven naar beneden:
Handpen
Armpen
Staartpen


Geluid Klik hier voor het geluid
De slechtvalk is het meest te horen rond de broedplek.
Voor Internet explorer: klik op het speaker-symbool, of
Speel het geluid in Mediaplayer (voor Firefox)


Verspreiding
Slechtvalken is een zogenaamde kosmopoliet: hij komt over vrijwel de gehele wereld voor. Behalve grote delen van Europa dus ook in AziŽ, Afrika, AustraliŽ en Noord en zuid Amerika. Afhankelijk van welk bron er wordt geraadpleegd, wordt er onderscheid gemaakt tussen meer dan 20 ondersoorten.


Habitat en leefwijze
Omdat slechtvalken in de open lucht jagen komen ze voor in alle landschapstypen, behalve grote bosgebieden. Met name open terreinen met (vogelrijke) wateroppervlakten blijken erg geliefd. Broed oorspronkelijk op rotswanden maar nu ook in allerlei vervangers daarvan: flatgebouwen, koeltorens, zendmasten, hoogspanningsmasten etc. Heel soms broeden ze in bomen of op de grond.
Slechtvalken hebben een aardig groot territorium: in de broedtijd worden "maar" enkele honderden meters rond het nest verdedigd tegen soortgenoten, maar ze jagen tot wel 4 km rond hun broedplaats. 's Winters kan dit aanzienlijk meer zijn.
Slechtvalken jagen door zich van grote hoogte, vanaf hoge zitplek of cirkelend in de lucht, op de prooi te storten. In duikvlucht kunnen ze snelheden bereiken van meer dan 300Km/uur. Er zijn zelfs snelheden gemeten van 380 en 390Km/uur ! Hiermee zijn ze het snelste dier op aarde. Soms achtervolgen ze de prooi en slaan ze van onder toe. Door tijdens de achtervolging iets lager te vliegen dan de prooi maken ze gebruik van hun "dode hoek". Ze hebben scherp zicht: de jacht wordt soms gestart terwijl de prooi nog op 1 km afstand is. Soms (vooral in winter) wordt er samen gejaagd, afwisselend stootduiken. In verlichte omgeving (stad, industrieterrein) jagen ze ook 's nachts.


Voedsel
Slechtvalken eten vrijwel alleen zelf (in de vlucht) gevangen vogels. Het gaat dan om vrijwel alle soorten vogels: van spreeuw tot kraai en van meeuw tot merel.


Broedgedrag
Slechtvalken zijn over het algemeen na het 2e of 3e jaar geslachtsrijp alhoewel er wel broedparen zijn geweest waarbij 1 partner nog in onvolwassen kleed was. Soms is er in najaar al paarvorming maar de echte balts begint in februari met baltsvluchten, veel roepen, toenemende nestbinding en voeren door het mannetje. In half maart worden de eieren gelegd. Het vrouwtje doet bijna al het broeden (32 dagen). Overdag neemt het mannetje het broeden wel eens korte tijd over. Als de jongen 2 a 3 weken oud zijn en groot genoeg om zichzelf al een tijdje warm te kunnen houden gaat het vrouwtje ook mee jagen om aan de groeiende voedselbehoefte te kunnen voldoen. Na het uitvliegen (42 dagen) worden de jongen nog zo'n 4 weken gevoerd door de ouders, soms zelfs door nog levende vogels voor de vliegende jongen los te laten.


Trek
De in Nederland broedende slechtvalken zijn standvogels; ze blijven het gehele jaar in hun territorium. Noord Europese slechtvalken trekken in de winter naar het zuiden en overwinteren dan onder andere in Nederland! Daardoor zijn er hier 's winters veel meer slechtvalken te zien dan in de zomer.Na het uitvliegen vestigen vrouwtjes op gemiddeld op 121km van hun geboorteplek in een eigen territorium, voor mannetjes is dat gemiddeld 44km.


De "DDT-crisis"
Tussen begin jaren 50 en halverwege de jaren 70 zijn de aantallen slechtvalken gedecimeerd. Letterlijk: dus gedaald tot nog maar 10% ! De oorzaak van dit drama lag in bestrijdingsmiddelen zoals DDT en DDE. Die groep stoffen is niet-afbreekbaar en hoopt zich dus op in het lichaam. Roofvogels zitten bovenaan de voedselketen en verzamelden via hun prooien grote hoeveelheden gifstoffen. Dit leidde ertoe dat de eischalen verdunden en braken en dat de embryo's niet levensvatbaar waren. Pas na uitgebreid onderzoek naar de achteruitgang van de slechtvalk werd het gevaar van DDT ten volle onderkend en werd DDT verboden. DDT werd ondertussen ook al aangetroffen in moedermelk.

Twee ironische details:
  • Het onderzoek dat de gevaren van DDT duidelijk aan het licht bracht is gestart omdat postduivenhouders in Wales in 1960 klaagden dat de slechtvalken als maar toenamen ( !!! ) en al hun postduiven doden. Zij hebben dus min of meer de slechtvalk gered.
  • In 1948 kreeg de Zwitser Paul MŁller de Nobelprijs voor het uitvinden van DDT.