Roofvogels van de Hoeksche Waard Andere roofvogels in Nederland Uilen van de Hoeksche Waard

Uilen van de Hoeksche Waard


Uilen zijn zonder twijfel intrigerende vogels. Ze jagen vaak in de schemer of in de duisternis en hebben zich daarop aangepast met spectaculair goed gehoor en zicht bij weinig licht. De oorpluimen op de kop van sommige uilensoorten hebben niets te maken met oren: die zitten achter hun gezichtsmasker. Omdat de vorm van de oren richtingsgevoelig is en het linker en rechter oor iets in hoogte verschoven zitten kunnen uilen niet alleen de links-rechts vershil bepalen (net zoals wij), maar ook van welke hoogterichting het geluid komt.

Omdat goed gehoor niets helpt als ze zelf te veel geluid zouden maken bezitten ze ook nog een andere aanpassing: het opppervlakte van hun veren is bedekt met viltige haartjes waardoor de lucht langs hun vleugels minder geluid maakt. Om dezelfde reden is de voorrand van de buitenste veer van hun vleugel ook uitgerust met kleine haartjes.

Jonge uilen kunnen al "klimmen" met poten vleugels en snavel als ze nog donskuikens zijn! Laat daarom “uit het nest gevallen” jonge uilen zitten, vaak kunnen ze zelf weer terugklimmen naar een nestholte (zet ze hooguit op een tak als er honden of katten in de buurt zijn).

Sinds 2013 is er een uilen werkgroep actief in de Hoeksche Waard die zich toelegt op het inventariseren en monitoren van 'onze' uilen. Ook plaatst de werkgroep op diverse plaatsen nestkasten voor uilen, met name kerkuilen en steenuilen. Deze kasten worden regelmatig geïnspecteerd, de jongen worden geringd en de kasten gereinigd.
Nadere informatie bij: Marco Lodder 06-29028674 of per email naar uilen@hwl.nl.

Meldingen over uilen kunt u natuurlijk ook via de melden pagina doorgeven.


Steenuil Steenuil (Athene noctua, Engels: Little Owl)
Lengte: 21-23cm
Spanwijdte: 54-58cm
Gewicht: Man 160-240g, Vrouwtje 170-250g

Aantal broedparen: 20-30 in de Hoeksche Waard, 5500-6500 in Nederland

De steenuil is een klein uiltje met een korte staart, een onduidelijke gezichtssluier. De bovenzijde is bruin met kleine wite vlekjes, onderkant gelig wit met bruine lengtevlekken. Ze leven in halfopen, kleinschalig agrarisch landschap. De steenuil is een liefhebber van het oude boerenland. Ze nestelen in een knoestige fruitboom of een holle knotwilg en heel soms ook in een konijnenhol. Ze eten insecten, regenwormen en kleine zoogdieren. Steenuilen zijn standvogels, ze blijven dus in hun territorium, en blijven hun hele leven bij elkaar.

Foto: Yves Baptiste



Ransuil Ransuil (Asio otus, Engels: Long-eared Owl)
Lengte: 36cm
Spanwijdte: 95cm
Gewicht: man 220-280g, vrouwjte: 250-370g

Aantal broedparen: 20-30 in de Hoeksche Waard, 5000-6000 in Nederland

Middelgrote bruine uil met opvallend lange oorpluimen. Bovenzijde gelig bruin met grijze marmering en dongkergrijze vlekken, onderzijde lichter geelbruin met lengte strepen. Jagen met schommelende bewegingen boven open veld. Ze leven in diverse halfopen landschappen en parkachtige omgeving.
Ze eten muizen en vogels. In de winter roesten (rusten) broedvogels, trekkers en eerstejaars uilen met soms wel 10 exemplaren bij elkaar. Bij onraad maken ze zich heel smal om minder op te vallen (zie rechter foto).

Foto: Arie van den Hout (links), Chris van Rijswijk (rechts)



Kerkuil Kerkuil (Tyto alba, Engels: Barn Owl)
Lengte: 34cm
Spanwijdte: 90-98cm
Gewicht: man: 290-340gr, vrouwtje: 310-370gr

Aantal broedparen: 15-25 in de Hoeksche Waard, 2000 in Nederland

Kerkuilen leven in halfopen agrarisch landschap. Ze eten voornamelijk veld- en spitsmuizen, en voor een klein deel vogels, amfibieën en allerlei ongewervelde diertjes. De kerkuil heeft een kenmerkende witte, hartvormige, scherp begrensde gezichtssluier. De bovenzijde is grijs gemeleerd met goudbruine vlekken met wit/zwarte puntjes. Er zijn twee kleurvormen: met een witte onderzijde en met een lichtbruine onderzijde. Leeft graag in oude schuren (hedendaagse schuren zijn vaak potdicht).
Kerkuilen jagen vooral 's nachts.

Foto's: Wothe, inzet donkere vorm: Schmidt, inzet lichte vorm: Danegger



Bosuil Bosuil (Strix aluco, Engels: Tawney Owl)
Lengte: 40-42cm
Spanwijdte: 93-98cm
Gewicht: mannetjes: 330-475gr, vrouwtjes: 400-630gr

Aantal broedparen: 10-20 in de Hoeksche Waard, 4500-5500 in Nederland

Middelgrote uil met een grote ronde kop zonder oorpluimjes. De grondkleur varieert van roestbruin tot grijs met donkere lengte vlekken. Vleugels en staart hebben donkere dwarsbanden. Ze leven in loof en naaldbos, parkachtige gebieden, open land met bosjes en soms zelfs in grote stadstuinen. Ze nestelen altijd in boomholtes of nestkasten.
Ze eten voornamelijk muizen, jonge konijnen en vogels maar bij voedselschaarste ook kikkers, wormen en insecten.

Foto's: Schendel (links, roestbruin variant), Hopf (rechts, grijze variant)



Velduil Velduil (Asio flammeus, Engels: Short-eared Owl)
Lengte: 34-42cm
Spanwijdte: 96-107cm
Gewicht: man: 300-430g, vrouwjte: 350-500g

Aantal broedparen: geen in de Hoeksche Waard, 35-45 in Nederland

De velduil is iets groter dan de ransuil en heeft langere vleugels en kleinere oorpluimen (meestal niet zichtbaar). Bovenzijde donkerbruin met roomkleurige vlekken, onderzijde licht geelbruin met donkere lengte strepen. Ze leven in duinen en uitgestrekte rustige open terreinen en eten voornamelijk veldmuizen (ook andere muizensoorten) en vogels.
Jaagt ook overdag, als broedvogel vrijwel alleen op de Waddeneilanden en in Noord Groningen, gelukkig komen er in de winter ook zwerfvogels naar ons land. U kunt ze dan soms ook in de Hoeksche Waard tegenkomen, bijvoorbeeld in het Oude Land van Strijen.

Foto: Chris van Rijswijk